07-07-2017
Erfgoed

Dutch Design Daily

1 / 25

By

By

By

By

By

By

By

By

By

By

By

By

By

By

By

By

By

By

By

By

By

By

By

By

By
[Z]OO producties www.zooproducties.nl

Roots cahier Peter te Bos

By 07-07-2017

Uitgeverij [Z]OO producties presenteert het nieuwe Roots cahier over grafisch ontwerper Peter te Bos, geschreven door Jeroen van Erp, bij Concerto in Amsterdam.

Peter te Bos (Alkmaar, 1950) werd opgeleid aan de Grafische School in Amsterdam. Terwijl hij studeert aan de Gerrit Rietveld Academie is hij in de jaren ’70 assistent van Anthon Beeke bij Total Design. Vervolgens werkt hij een jaar voor John McConnell bij Pentagram in Londen. In 1981 keert hij terug naar Amsterdam om af te studeren. Na een half jaar deel uitgemaakt te hebben van Samenwerkende Ontwerpers start hij als onafhankelijk ontwerper, wat hij sindsdien gebleven is.

Vanaf 1984 heeft Te Bos behalve als ontwerper ook een succesvolle carrière als muzikant. Als voorman van de band Claw Boys Claw verwerft hij een reputatie als energieke en kleurrijke podiumpersoonlijkheid. Beide hoedanigheden komen bij elkaar in zijn ontwerpen voor de albumcovers van Claw Boys Claw en vanaf 1993 in zijn veelzijdige werk voor het Lowlands Festival.

Jeroen van Erp: “Bij het Lowlands-project komt alle ervaring van vrijbuiter Te Bos bij elkaar: zijn ervaring met huisstijlen bij Total Design en Pentagram, zijn affiniteit met muziek, zijn liefde voor beeldende kunst, zijn talent voor het ontwerpen van 3-dimensionele objecten, zijn tomeloze energie en niet te vergeten zijn gevoel voor humor.”

Roots is een samenwerking tussen [Z]OO producties
 en Wilco Art Books. Doel van de reeks is aandacht schenken
 aan de wortels van de Nederlandse grafische ontwerp cultuur. Roots wordt van harte ondersteund door
 BNO, Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers, Pictoright en Wim Crouwel Instituut.

Foto’s bijeenkomst: Henk Gianotten


Lieve vrienden,

Ik woonde nog maar pas in Nederland toen ik voor het eerst Peter te Bos in levende lijve ontmoette en sprak. U begrijpt, voor een kersvers immigrant was dit behoorlijk schrikken.

We spreken nu over het begin van deze eeuw, toen Peter nog geen AOW ontving en wanneer hij geen fijn zwart pennetje in de hand had, dan wel een plukje shag en een vloeitje. Die tijden zijn voorbij. Tenminste: de shag is weg, en waar hij ook komt, loopt ie op te scheppen over zijn AOWtje, maar het fijne zwarte pennetje is er gelukkig nog altijd bij.

Gedurende een jaar of zes hebben Peter en ik intensief samengewerkt. Ik was zijn opdrachtgever namens het Lowlands festival, en Peter was de opdrachtnemer, tenminste in theorie. Maar achteraf bekeken moet ik toegeven dat het misschien wel precies omgekeerd was.

In de beginfase van onze samenwerking maakte ik namelijk nog wel eens de fout om een plan te maken voorafgaande aan onze afspraken, ervan uitgaande dat het mogelijk én verstandig was om Peter ‘aan te sturen’. Een naïeve gedachtengang, zo leerde ik al snel die absoluut niet in het belang was van het eindresultaat.

Peter te Bos heeft namelijk geen plan. En hij wil er ook geen. Er is alleen een groot wit blad dat op zijn werktafel ligt en in feite, wanneer je met hem samenwerkt, word je als opdrachtgever als een poppetje midden op dat lege blad neergezet. Vervolgens, terwijl jij praat over doelgroepen, strategieën en targets, begint Peter met zijn fijne zwarte pennetje om jou heen allemaal poppetjes en symbolen te tekenen zonder ook maar één seconde te luisteren naar wat je te vertellen hebt, en aan het eind van de meeting vind je jezelf terug in het midden van een geheel uit speelse fantasie opgetrokken nieuwe wereld terwijl Peter dingen tegen je roept als: weet je wat we doen dit jaar? We doen gewoon géén website, en geen posters, en we maken geen enkele naam van geen enkele band bekend – mensen zien gewoon ter plaatse wel wie er speelt. Gevolgd door een enorme grijns en de geijkte slotzin: kijk Hansie, dit zijn nou eens goeie plannen.

Daarna was het meestal tijd voor een borrel. Of twee. Waarna ik de volgende ochtend de goden dankte dat mijn lever het had overleefd en ik in het bezit was van een uitstekende aansprakelijkheidsverzekering.

Nu, dit klinkt misschien alsof wij zo maar een beetje aanmodderden en welja dat hebben we natuurlijk ook gedaan, maar de les die hieruit te trekken valt is dat het uiteindelijke plan voort kwam uit de vormgeving, in plaats van omgekeerd.

Peter is iemand die altijd uit gaat van de eigen kracht, die het vertikt om te pleasen, het publiek naar de mond te praten of dommer te behandelen dan het is – iets wat deze dagen meer regel dan uitzondering is.

En ik denk dat het juist is omdat hij zich in feite van dat publiek weinig aantrekt, dat in casu het Lowlandspubliek niet alleen door zijn werk wordt verrast maar zich er ook in herkent, en erdoor geraakt wordt, omdat het iets weerspiegelt waarvan ze nog niet wisten dat ze erbij wilden horen.

Dat is wat een goeie ontwerper en een schrijver, of een songwriter – wat Peter natuurlijk ook is – misschien wel met elkaar gemeenschappelijk hebben: ze durven te geloven in de kracht van hun eigen verhaal. En dat verhaal begint altijd met een wit blad papier, met gekriebel en gepriegel en veel geouwehoer, schrappen, weggooien, opnieuw beginnen, en vooral: nieuwsgierig blijven naar wat er nu weer op dat blad terecht gaat komen. Altijd blijven verlangen om jezelf te verrassen. Op dat vlak heb ik zeker veel van Peter geleerd en daar ben ik hem dankbaar voor.

En zo bekeken hoeft het niet te verbazen dat hij vanuit die eigen fantasiewereld, in al zijn speelsheid en nieuwsgierigheid, zo’n stempel heeft gedrukt op Lowlands en wat mij betreft in hoge mate verantwoordelijk is voor de uitstraling en dus ook het succes van dat festival.

Ik heb het grafisch schrift van Peter dan ook met veel plezier gelezen, ook al omdat daarin duidelijk wordt dat Peter te Bos dus ook al bestond voordat ik hem kende. Heel gek.

En dit boekje laat heel mooi zien hoe zijn pad als muzikant verbonden is met zijn werk als ontwerper. Het laat ook heel mooi zien welke afslagen hij allemaal links heeft laten liggen omdat hij zijn eigen weg wilde vervolgen; dat is mooi en dat siert hem, maar wij moeten ons ook realiseren dat wij hier vandaag met een heel andere Peter te Bos hadden kunnen staan en ik denk dat ik voor ons allemaal hier spreek, Peter, wanneer ik zeg dat wij jou maar wát graag een paar jaar art director van de Europese Penthouse hadden willen zien zijn. Dat blad was daar zonder meer enorm van opgeknapt.

Maar het heeft niet mogen zijn.

Daar staat tegenover dat er ook heel veel wél heeft mogen zijn, en dat dit boekwerk zonder twijfel op termijn een zeer onvolledig overzicht zal worden van Peters oeuvre. Want hij mag dan nu op uw en mijn kosten een AOWtje hebben, zijn fijne zwarte pennetje is nog immer intact en zal naar ik vrees nog vele jaren onverminderd bedrijvig blijven.

Ondertussen werken Peter en ik al weer heel wat jaartjes niet meer samen waardoor ik hem nu – en ook dat is mij een groot voorrecht – gewoon een vriend mag noemen.

Kortom. Peter, makker, gefeliciteerd en dan kunnen we nu eindelijk een borrel gaan drinken, of twee!

Hans Van Rompaey