Longread door Robert Kromhof
Architect, schrijver en beeldend kunstenaar
Er worden unieke ontwerpen voor zonnegevels gemaakt die het licht omzetten in energie voor de bewoners van het gebouw. En toch wordt het heel beperkt opgepakt in de bouwbranche. Waarom dat zo is, vormt de centrale vraag van dit artikel.
Al 380 miljoen jaar geleden zetten bomen het zonlicht om in energie. De mens gaat dit pas echt grootschalig toepassen in de afgelopen 20 jaar mede dankzij de massaproductie in China, waardoor de prijzen van zonnepanelen daalden. Pas na 2015 werden zonnepanelen zo goedkoop dat het zonder subsidie ook financieel aantrekkelijk werd. Waar bomen met hun bladerkroon volop zonlicht benutten, blijft de toepassing van zonnegevels in de bouwbranche nog steeds achter. Het ligt voor de hand dat toekomstige gebouwen, net als bomen, zonlicht opvangen en omzetten in energie via zonnegevels.

De school De Kikker in Osdorp-Amsterdam bewijst met haar zonnegevels dat dit mogelijk is. Toch gebeurt het nog niet op grote schaal. De gevel van de school De Kikker is door Solarix ontworpen. Zij ontwikkelen sinds 2016 innovatieve zonnegevels en zijn pioniers in esthetische panelen, ontworpen door architecten en productdesigners. Solarix gelooft dat schoonheid de energietransitie versnelt. Daarom ontwerpen ze zonnegevels die niet alleen energie opwekken, maar gebouwen mooier maken. De gevelpanelen combineren esthetiek, technologie en duurzaamheid. Solarix hoopt dat in de nabije toekomst elke stad verandert in een oase vol positieve energie. En toch wordt het maar langzaam opgepakt in de bouwbranche.
Zonnegevels te vernieuwend?
Vaak hebben nieuwe producten het moeilijk, maar in dit geval hebben de zonnepanelen zich ruimschoots bewezen. De bezwaren komen vooral van opdrachtgevers en bouwpartijen die zonnegevels nog niet integraal durven toe te passen. Op dit moment verschijnen langzaam aan zonnegevels bij overheidsgebouwen en grotere bedrijven die durven te innoveren met zonnegevels. En iconische gebouwen waarbij de organisaties willen laten zien hoe toekomstgericht zij denken. Een bijkomende functionele reden kan zijn dat er te weinig dakoppervlakte beschikbaar is voor zonnepanelen. Er zijn al voldoende voorbeelden gerealiseerd om te concluderen dat zonnegevels de experimentele fase voorbij zijn. Dus ‘te vernieuwend’ kan niet het bezwaar zijn.


Oneerlijke vergelijking met zonnepanelen
Als te experimenteel geen geldig bezwaar meer is, verschuift de kritiek vaak naar kosten en opbrengsten. Dan worden zonnegevels vergeleken met traditionele zonnepanelen op daken, waarbij de zonnepanelen er gunstig uitspringen. Deze vergelijking gaat scheef. Zonnepanelen leveren uitsluitend energie, terwijl zonnegevels een veel breder pakket aan functies combineren: energieopwekking, bescherming tegen regen en wind, isolatie, geluiddemping, brandveiligheid én esthetiek. En gevels op het noorden hoeven niet energieopwekkend uitgevoerd te worden. Door de integratie van al die functies in de zonnegevels zijn ze niet te vergelijken met zonnepanelen. Zonnegevels leveren ook in de ochtend en in de avond een hoge opbrengst en hebben niet de grote piek van zonne-energie midden op de dag, zoals zonnepanelen op het dak. Aangezien veel mensen juist ’s ochtends en aan het eind van de middag elektriciteit afnemen, hebben zonnegevels de voorkeur om netcongestie te verminderen. Het is dus misleidend zonnegevels langs dezelfde meetlat als enkelvoudige zonnepanelen te leggen.

Concurrentie van groene gevels
Een ander bezwaar, dat zonnegevels complex, duur en onderhoudsgevoelig zijn, houdt geen stand. Vergelijk dit met de wildgroei aan groene gevels of zelfs bomen gekoppeld aan staaldraden op balkons van hoge woontorens. Op alle vlakken zijn zonnegevels de winnaar. Hoe gekunsteld is het om de natuur als onderdeel van een gevel te maken, vergeleken met zonnegevels. De natuur hoort in de aarde en niet aan de gevels te hangen. Daarbij levert het natuurgroen in de gevels geen enkele watt op voor de bewoners in het pand. Groene gevels zijn veel complexer, duurder en onderhoudsgevoeliger dan zonnegevels.


Groene uitstraling
Toch winnen gebouwen met groene gevels vaak prijsvragen of krijgen eervolle vermeldingen. Bij de internationale ontwerpwedstrijd voor de Notre Dame in Parijs behoorde het bureau Ron Baird & Silvano Tardella tot de finalisten, waar het afgebrande dak een park moest worden. Waarom is het groen zo trendy in de bouwbranche? Al sinds de jaren ‘90 wisten de marketeers dat ‘groen’ verkoopt. Ze begonnen producten te verkopen met termen als eco, natuurlijk, CFC-vrij die vaak enkel woorden waren. In het begin was zelfs de groene kleur van de verpakking al overtuigend genoeg voor de consument. Zolang de producten maar milieubewustzijn uitstraalden. De marketeers wisten dat het beeld van een product belangrijker was dan objectieve informatie. Dit soort marketing met een groene uitstraling, maar zonder duurzame inhoud, kreeg al snel de naam ‘greenwashing’.

Greenwashing
In dit stadium zit nu de bouwbranche, want enkel op uitstraling wint de groene gevel van de zonnegevel. De groene gevels geven vaak een spectaculair groen beeld voor de opdrachtgever en de architect, dat zomaar wereldwijd viraal kan gaan. Het is in de bouwbranche nog wachten tot ze inzien dat ze aan ‘greenwashing’ doen en bij de woontorens aan ‘treewashing’. Het zijn de zonnegevels die een duurzame toekomst hebben. De groene gevels zijn slechts visuele schijnoplossingen. Zonnegevels dragen wél daadwerkelijk bij aan duurzaamheid en energieopwekking. Eén vierkante meter zonnegevel staat gelijk aan de CO₂-opname van twee bomen. Wat niet wordt meegerekend, is de enorme hoeveelheid beton die extra moet worden toegevoegd aan de woontorens om de bomen te dragen en de bijbehorende staaldraden. Juist deze materialen veroorzaken een hoge CO₂-uitstoot bij de productie. De toekomst ligt bij integrale zonnegevels, die er niet uitzien als natuur, maar net als bomen energie opvangen en benutten voor de bewoners.
Hoe mooi is het dat de toekomstige generaties in de school De Kikker al heel jong bewust gemaakt worden hoe belangrijk het is te leren en te spelen in een duurzame omgeving?