Opinie door Jos Kranen
De week na Salone del Mobile breng ik door aan het meer van Lugano. Ruimte om terug te kijken.
Kranen/Gille was bijna niet naar Milaan gereden. Niet omdat we het evenement niet waarderen, maar omdat ons hoofd ergens anders zat. Jingdezhen had ons in zijn greep, een werkperiode in China die ons denken over materiaal, ambacht en samenwerking grondig door elkaar heeft geschud. De Salone stond simpelweg niet op de radar.
En dan was er nog iets anders. We stelden onszelf de vraag: gaan we hier eigenlijk naartoe uit gewoonte? Als een reflex? Elk jaar in april richting Milaan, omdat dat zo hoort, omdat iedereen gaat, omdat je erbij moet zijn? Het is een vraag die ongemakkelijker is dan hij lijkt. Want als je hem serieus neemt, dwingt hij je na te denken over wat je er eigenlijk van verwacht, en of die verwachting realistisch is.
Ik zag de afgelopen weken op diverse (social) media dat ik niet de enige was die die vraag stelde. Er waait een kritische wind rond de Salone. En eerlijk gezegd begrijp ik die.
Toch maar gereden.
En wat bleek: de ware kracht van de Salone is niet wat je ziet, maar wie je spreekt. Verbinding. Gesprekken met vakbroeders (en zusters) die je misschien een jaar niet hebt gesproken. Nieuwe lijnen uitzetten, bestaande banden onderhouden en verstevigen. Ideeën die je al maanden met je meedraagt opeens hardop uitspreken en zien hoe ze landen. Onderdeel zijn van de ’tribe’ die, zoals Marcel Wanders het ooit treffend omschreef, nieuwjaar viert in Milaan.
Die tribe. Het is een beladen woord geworden, tribe. Het ruikt snel naar marketing, naar een Instagram-bio, naar iets wat je claimt maar niet hoeft te verdienen. Maar ik gebruik het hier bewust, omdat ik geen beter woord ken voor wat er in Milaan gebeurt. Het is een groep mensen die elkaar herkennen. Niet alleen aan het werk dat ze maken, maar aan de manier waarop ze naar de wereld kijken. Aan een gedeeld besef dat vorm een verantwoordelijkheid is, niet alleen een keuze. Dat esthetiek niet los staat van ethiek. Dat je een stoel, een vaas, een ruimte kunt maken die iets zegt over hoe je denkt dat de wereld eruit zou moeten zien.
Die groep heeft geen lidmaatschapskaart. Je wordt er geen onderdeel van door naar Milaan te gaan. Maar Milaan is wel een van de plekken waar je elkaar vindt, herkent en herinnert waarom je dit vak uitoefent.
Maar als ik dat afzet tegen wat ik aan werk zag, wat is dan de eigenlijke functie van de Salone, en de Fuorisalone in het bijzonder?
3 Days of Design gonst als alternatief door de stad. Maar is het dat? Ik heb ook niet zo veel met lange rijen, strakke timeslots en grote spelers die immersive installations neerzetten. Maar is het niet wat gemakkelijk om daaropaf te geven? Worden de concepten dunner of is ons consumptiegedrag door een kortere aandachtsspanne simpelweg vervlakt? Ook hier loert gemakkelijk cynisme.
En Salone Raritas dan? Een mooie selectie werk. Maar hoe rijmt dat met de hallen vol dichtgetimmerde stands?
Halverwege de koprol
Ik denk dat we midden in een transitie zitten. Dat we als vakgebied halverwege de koprol zijn. Dat de beweging is ingezet maar de landing nog onzeker is. Dat we door moeten op de ingeslagen weg, maar zelfkritiek en zelfspot niet mogen verliezen.
En misschien is dat wel de belangrijkste functie van de tribe: niet alleen elkaar inspireren, maar elkaar ook een spiegel voorhouden. Oppassen dat we niet alleen maar de ‘commenter’ worden die met een gevatte oneliner een evenement van deze omvang op zijn plaats zet. Dat is te gemakkelijk. Een evenement als de Salone del Mobile weerspiegelt de staat van ons vakgebied, met al zijn tegenstrijdigheden, zijn ijdelheid, zijn oprechtheid, zijn commercie en zijn idealisme door elkaar. Dat verdient meer dan een cynische kanttekening.
We zijn onderdeel van een groep die de mogelijkheid heeft verantwoordelijkheid en esthetisch besef boven ijdelheid te stellen. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Het is een keuze, die je steeds opnieuw moet maken.