Column | Pao Lien Djie
Sinds een jaar geldt voor 80 % van de doorgaande Amsterdamse wegen een maximumsnelheid van 30 km. Voor chauffeurs vaak even wennen, maar voor bewoners vooral een verademing; niet langer hoeven zij zich met gevaar voor eigen leven naar de overkant van de straat te haasten en ook de geluidshinder is aanmerkelijk afgenomen.
De breedte van sommige rijbanen nodigde gevoelsmatig uit om sneller te rijden dan die verplichte 30 km. Daarom wilde de gemeente de banen optisch versmallen. Een middenstrook met klinkers of een groenstrook zijn hiervoor veelgebruikte methodes. Er was maar weinig tijd om de honderden kilometers weg aan te passen aan de gewijzigde snelheidslimiet. Een snellere en goedkopere oplossing werd gevonden in overrijdbare middenstroken.
Het Public Space Design team nam een opmerkelijke route door Martens & Martens, het bureau van grafisch ontwerper/typograaf Karel Martens en zijn kinderen Diederik en Klaartje, in te schakelen voor het ontwerp. Een primeur in hun ontwerppraktijk tot nu toe, en extra leuk omdat de ontwerpers in Amsterdam gevestigd zijn.

De formele kaders voor het ontwerp werden gedicteerd door de programmeerbare mogelijkheden van de belijningsmachine. De kleppen van deze machine zijn programmeerbaar en openen of sluiten op gezette tijden om het gewenste patroon van witte thermoplastische strepen op het asfalt achter te laten. Per keer kan de machine een gebied van 50 cm bedrukken met 10 lijnen van elk 5 cm breed.
Binnen dit systeem ontwikkelde Martens & Martens een patroon van witte vlakjes die samen een geabstraheerde 30 vormen, in wisselende leesrichting aan elkaar geregen als in een kralenketting.

Wie bekend is met zijn werk herkent in de aldus opgebouwde cijfers het typische handschrift van Karel Martens. Maar veel weggebruikers lezen in de patronen helemaal geen cijfers en accepteren de strepen simpelweg als onderdeel van de regulier bewegwijzering. En ook voor geoefende kijkers kan het even duren voordat ze begrijpen waar ze naar kijken.
Dat vinden ontwerpers, noch de opdrachtgever een probleem. Het is juist van belang als mensen het zelf ontdekken en het zich daarmee eigen maken, zegt Karel hierover. Voor de gemeente is de associatie van het patroon met 30 km al voldoende, er staan immers ook nog reguliere verkeersborden. Andere steden hebben inmiddels belangstelling getoond.
Foto Karel Martens in de Diepenbrockstraat in Amsterdam: JW Kaldenbach