Leonne Cuppen over de effecten van stoffen en materialen op onze gezondheid

Walter van Hulst

DDD Platteland | Interview

Interview | Walter van Hulst

De aandacht voor biobased materialen groeit, vooral met het oog op duurzaamheid en circulariteit. Leonne Cuppen, onder andere co-curator van MaterialDistrict, vindt dat we echter ook nadrukkelijker moeten kijken naar de effecten van stoffen en materialen voor onze eigen gezondheid. Zij pleit daarom voor een meer holistische benadering en voor regeneratief ontwerpen: het creëren van een gezonde en leefbare omgeving, waarbij de mens onderdeel wordt van de ecosystemen van de aarde.

Nesse heet de culturele broedplaats in een voormalige Philipsfabriek in Terneuzen. Met werkruimtes, residenties, tentoonstellingen en andere activiteiten. Leonne Cuppen heeft de gemeente Terneuzen geadviseerd en geholpen om dit centrum van de grond te tillen. Vanuit een toezichthoudende rol initieert en begeleidt ze nu deelprojecten, met name gericht op het koppelen van ontwerpers en bedrijven.

Zo gaat ontwerper Fides Lapidaire als artist in residence een jaar lang in Nesse aan de slag om inwoners, overheden, experts, bedrijven en andere relevante partijen aan beide zijden van de grens (in Zeeuws-, Oost- en West-Vlaanderen) met elkaar om tafel te krijgen. Niet polariseren, maar samen praten over de aanpak van de PFAS-problematiek en samen creatieve oplossingen bedenken, dat is het idee. Kunstenaar en vormgever Marte Mei gaat zich in Nesse eveneens een jaar lang richten op PFAS, in het bijzonder op vlas als gewas dat die chemische verbindingen uit de grond kan halen.

Rotzooitje
“De PFAS-vervuiling speelt enorm in en rond de Westerschelde,” ervaart Cuppen. “In de hele regio zit het in het water en in de bodem. Het Verdronken Land van Saeftinghe is een prachtig natuurgebied aan de kust, op de grens van Nederland en België. Maar recentelijk zijn er beperkingen opgelegd aan het verkopen en eten van het vlees van de runderen die daar grazen – vanwege de PFAS-vervuiling. Het advieswerk hier drukte me weer eens met de neus op de feiten: we hebben er als mensheid een rotzooitje van gemaakt.” Hoogste tijd om het anders te gaan doen en onszelf en onze manier van leven weer in balans te brengen met de natuur en met de aarde, stelt Cuppen resoluut. “Het gaat niet alleen om duurzaamheid en het ontzien van het milieu, het gaat ook om onze eigen gezondheid.”

PFAS (poly-perfluoroalkylstoffen) is eigenlijk een verzamelnaam voor groep van inmiddels enige duizenden chemische verbindingen die niet door de natuur zelf worden aangemaakt, maar door ons mensen. Bekend van de antiaanbaklaag teflon maar PFAS zit ook in tal van andere producten, van bakpapier tot ski-wax, van buitensport- en regenkleding inclusief laarzen tot pizzadozen, en van cosmetica tot tapijt en tapijtreiniger. Door het gebruik van al die producten, maar vooral door lozingen en andere uitstoot van de chemische industrie komen deze PFAS-verbindingen in het water en in de lucht terecht. Een concentratie van die industrie vinden we rond de Westerschelde en met name in Terneuzen, en over de grens bij Antwerpen met 3M als bekendste boosdoener. Eenmaal in het milieu breken deze stoffen bijna niet af, vandaar de bijnaam forever chemicals. Via water- en voedselkringlopen komen ze vervolgens ook terecht in het menselijk lichaam, waar ze zich ophopen. 

Hoewel we nog lang niet alles weten over de gevolgen van die vele PFAS-verbindingen in ons lijf staat inmiddels van een aantal wetenschappelijk vast dat ze erg schadelijk kunnen zijn voor je immuunsysteem, je lever en je schildklier. En ze zijn mogelijk kankerverwekkend. Ook kunnen ze leiden tot hoge bloeddruk en een verhoogd cholesterolgehalte. Of veroorzaken problemen bij de voortplanting, de zwangerschap en de ontwikkeling van ongeboren kinderen, onder andere resulterend in een lager geboortegewicht. “Gelukkig is een aantal bewezen ongezonde PFAS-verbindingen inmiddels verboden, en de emissies en lozingen van bedrijven worden steeds verder aan banden gelegd. Maar ja, we zitten nog wel met die erfenis uit het verleden,” stelt Cuppen. 

Ziekte van Parkinson
Volgens Cuppen hebben we de volle omvang van de gezondheidsrisico’s van allerlei stoffen en materialen nog lang niet in de gaten. “We hebben het veel en vaak over CO2 en horen bijna dagelijks dat stikstof de natuur verpest en de biodiversiteit onder druk zet. Maar negatieve verhalen over stoffen en materialen komen telkens als losstaande incidenten in het nieuws. Vaak volgens hetzelfde recept. Veel ophef, mensen die schrikken, politici die roepen dat dit niet kan, bedrijven die ontkennen of bagatelliseren.” Cuppen heeft een hele waslijst van recente voorbeelden paraat. Van Albert Heijn die een partij zwarte bessen uit de schappen haalt tot kauwbotten die leiden tot ernstige neurologische afwijkingen bij honden. Van de EU die de schadelijke stof bisfenol A verbiedt (onder andere in vershoudbakjes, broodtrommels, herbruikbare plastic flessen en koffiebekers) tot het gegeven dat omwonenden van bollenvelden vaker de Ziekte van Parkinson ontwikkelen dan mensen die er verder vandaan wonen – maar het verband kan nog niet exact aangetoond worden en daarom haalt de politiek nog geen streep door verdachte pesticiden. En om bij PFAS te blijven: de Reclame Code Commissie tikte onlangs nog Tefal op de vingers omdat het bedrijf consumenten misleidt door te claimen dat haar pannen (met PFAS) ‘100% veilig’ en ‘milieuvriendelijk’ zijn. “Om nog maar niet te spreken over microplastics. Ook daarvan staat inmiddels vast dat ze bij veel mensen in verhoogde mate in het lichaam zitten, zelfs in de hersenen, maar we weten nog helemaal niet wat de gezondheidsrisico’s en -effecten zijn.”

Holistische benadering
De discussies gaan meestal over de normen en grenswaarden, zelden over de vraag of we die grenzen eigenlijk überhaupt wel moeten opzoeken. “Het is de hoogste tijd voor een meer holistische benadering, een andere manier van kijken naar alle stoffen en materialen in de producten die we gebruiken, in onze leefomgeving en zelfs in ons eten en drinken,” stelt Cuppen. Voor haar is het klip en klaar: de oplossing moeten we zoeken in regeneratief ontwerpen. “Omschrijf het als werken aan een gezonde en leefbare omgeving, waarbij de mens onderdeel wordt van de ecosystemen van de aarde. Dat gaat dus nog een stap verder dan duurzaamheid en het bedenken van circulaire producten en systemen.” Het gebruik en toepassen van biobased materalen is daarbij voor Cuppen een vanzelfsprekendheid. “De aandacht voor biobased materialen groeit, maar vooral met het oog op duurzaamheid en circulariteit. Wat mij betreft moeten we daar voortaan ook het aspect van onze eigen gezondheid aan toevoegen.”

Cuppen is hoopvol gestemd en ziet een groeiende aandacht voor regeneratief ontwerpen, met name bij jonge ontwerpers. “Zij stellen vragen bij het bekende en het bestaande, zijn niet bang om nieuwe wegen in te slaan, gebruiken onconventionele methoden, gaan vaak hands on aan de slag. Dat leidt tot innovatie. Maar niet alleen dat. Een toenemend aantal van die jonge talenten ziet het als een morele en ethische verplichting om zich als ontwerper in te spannen voor een betere toekomst van mens en aarde.” Ze pakt een dikke pil van de plank, een boekwerk dat eind 2024 is uitgegeven door het platform ‘She is Coool’, met portfolio’s van maar liefst 165 vrouwelijke ontwerpers en samenwerkingsverbanden die zich allemaal in die voorhoede bevinden. “Waarmee ik niet wil zeggen dat het juist of alleen maar vrouwelijke ontwerpers zijn die zich daar op richten, het gaat mij om de aantallen, om de omvang van die beweging. Je ziet het ook op de tentoonstellingen van afgestudeerden van de kunst- en designopleidingen zoals de Graduation Show van de Design Academy Eindhoven. En onlangs hadden we op Nieuw Zwanenburg een verrassende presentatie van een dertigtal studenten van die laatstgenoemde opleiding die een project rond regeneratieve landbouw hadden gedaan.

Ketens smeden
Cuppen duidt op de 17-eeuwse hoeve annex creatieve maakplek net buiten Eindhoven in Oirschot, met 10 hectare grond, waarvan ze een van de initiatiefnemers en adviseurs is. De boerderij, inmiddels een jaar operationeel, is eigenlijk een onderzoekslaboratorium om gewassen zoals hennep, zonnekroon en olifantsgras te verbouwen en te ontwikkelen voor gebruik als bio-based materialen in de grond, weg- en waterbouw. Ontwerpers en ondernemers, maar ook twee boeren en mensen uit het onderwijs en de (semi)overheid – professionals uit allerlei disciplines en met verschillende achtergronden werken er samen. Bij het project zijn tal van partijen betrokken, groot en klein, waaronder Rijkswaterstaat en de onafhankelijke non-profit organisatie Building Balance. Die laatste voert het Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) uit, samen met diverse ministeries en provincies en gericht op het starten, stimuleren en ondersteunen van ketens. Met als slogan: van land tot pand. Cuppen: “Dat smeden van ketens is superbelangrijk voor het opschalen en commercialiseren van biobased materialen. Ook maakt Buiding Balance zich hard voor stimulerende maatregelen en het agenderen van remmende regelgeving.”

Groene sanering
Terug naar Nesse in Terneuzen, waar kunstenaar en vormgever Marte Mei zich richt op vlas, met name op de manier waarop dit gewas PFAS uit de bodem kan opnemen. Dat gebeurt al vaker, planten inzetten om vervuiling in de bodem af te breken, op te nemen of te fixeren. Dat heet groene sanering of fytoremediatie. Er wordt zelfs al onderzocht of je zo een materiaal zou kunnen terugwinnen. “Het kan bijvoorbeeld ook bij nikkel-verontreiniging. Prachtig toch,” zegt Cuppen. “Dat de natuur ons kan helpen bij het opruimen van de rommel die wij als mensen hebben gemaakt. Zo zie je hoe we ons uiteindelijk zouden moeten inpassen in de ecosystemen van moeder aarde. Niet alleen om haar gezond te houden, maar ook voor ons eigen welzijn.”

Leonne Cuppen werkt als curator en adviseur in zowel de creatieve als de commerciële industrie. Ze is actief in vele besturen, jury’s en adviescommissies.

Dit interview van Walter van Hulst verscheen eerder in de tentoonstellingscatalogus van MaterialDistrict Utrecht 2025.