Paul Mertz overleed op 30 april 2026
Een eerbetoon door Chris Reinewald
Eloquent, humoristisch, gearticuleerd, gul, criticaster, promotor. Verbinder tussen reclame, vormgeving, cultuur en tussen mensen. In zijn (reclame)teksten een meester van de klare taal en keizer van de korte baan. Paul Mertz (1938-2026) deed het allemaal. Een eerbetoon in zijn compacte, actieve stijl.
Twee jaar geleden mailt hij zijn laatste, sprankelende nieuwsbrieven met observaties. Opmerkelijke nieuwe woorden: ketenzorgplicht, antitransretoriek. Wat wil je worden, later? Rookpluimmaker, netcongestiemanager, gezond patiënt die geen verzorging nodig heeft? (Toe maar!) Taalpurist Mertz geniet ervan, maar blieft geen onnodig Engels (als Dutch Design Daily?). Luidkeels louter KAPITALEN gebruiken is “vre-se-lijk” (per klemtoon dalend uitgesproken). Mertz verpakt opinies in welluidend, accentloos ABN (de taal, niet de bank) Het effect van affiches in de openbare ruimte: “Vluchtig. Alleen de eenzame wandelaar met slepende tred verdiept zich in A3-aanplakbiljetten op straat.”
Driepinter en Vlaflip
Tussen 1960 en 1984 ontwikkelt Mertz, puntig tekstschrijver, PR-talent, zich tot estheet en geweten van de Nederlandse reclame. “Waarom slecht, snel en zonder respect voor esthetica als het mooi en goed kan? Waarom het publiek met het slechte confronteren als het betere voorhanden is?” memoreert hij Aronson, directeur en leermeester bij reclamebureau Prad, dat hij na 1970 zelf leidt. Befaamd: de Nederlandse Zuivelbureau campagnes. De Melkbrigade, gevolgd door de 10-jarige superheld Joris Driepinter, (“Drie glazen per dag, dat doet ‘t”) Tekenaar: de Deen Ib Antoni Jensen. Verteller: Mertz. En meer: ter stimulering van onze zuivelconsumptie geeft hij een vooralsnog anoniem yoghurt-vla-dessert de naam Vlaflip – en zo in de dikke Van Dale.
Als medeoprichter van Sire, Stichting Ideële Reclame (1967), stimuleert Mertz om in campagnes sociaal-maatschappelijke kwesties in de publiciteit te brengen.
In de filosofie van kunstpromotors Willem Sandberg, Benno Premsela en Pierre Janssen organiseert hij exposities in Prad. Geëngageerde grafisch ontwerpers exposeren er ook: Anthon Beeke, Swip Stolk, Gielijn Escher en Jan van Toorn. Achterliggende gedachten: onderlinge argwaan beslechten. Reclamejongens smaak bijbrengen, principiële vormgevers overtuigen dat reclame geen besmet werkterrein is als “vormgeving en tekst van het allerhoogste niveau zijn.”
Dieren en persoonlijkheden
Na 24 jaar als reclameman en gezinshoofd gooit Mertz het roer om, ook privé. Met een eenmansadviesbureau, Wietske Beenen als secretaresse, mikt hij op de non-profitsector en cultuur: “tralala-hopsasa” in Mertz-lingo. Wat hem trekt, zijn de korte lijnen en persoonlijke contacten met opdrachtgevers. Te beginnen bij het Noorder Dierenpark van het echtpaar Rensen. Natuurlijk. Mertz ontwerpt kolomadvertenties met tekstjes. Koos Staal en Geja Duiker tekenen de huisstijl en de dieren als persoonlijkheden.
Net zo brengt hij iconen als Vermeer, Rembrandt, Catharina de Grote en Diaghilev terug tot mensen van vlees en bloed voor hun exposities in Mauritshuis, Nieuwe Kerk en Groninger Museum.
Musea weten marketing en pr op waarde te schatten. De multi-museale designmanifestatie ‘Holland in Vorm’ (1987) vraagt Mertz voor de publiciteitscampagne. Even lief bedenkt hij een simpele, pakkende doch respectvolle tentoonstellingstitel. ‘Vreemde Dingen’, expositie over surrealisme. Keramiektentoonstelling: ‘541 Vazen, potten, plastieken en serviezen’. Het geschatte aantal suggereert dat selectie belangrijker is dan een cijfer rond te maken.
Indonesië
In 1990 organiseert Mertz samen met Lou Kreymborg het eerste ‘Designers Weekend’. Hierbij houden designagenturen open huis, van Kreymborg in Amsterdam-Zuid tot Bitter/Thonet in Culemborg.
Zelf koopt hij voor zijn kantoor en appartement in de Wolkenkrabber, Amsterdams eerste hoogbouw, kunst en vormgeving. Maarten Vrolijks postmoderne tapijt bijvoorbeeld. Met zijn Wolkenkrabberprijs sponsort Mertz reisbeurzen voor afstudeerders aan de Design Academy. Gaandeweg pareert hij zijn pensioengerechtigdheid met adviesfuncties bij de BNO of het zieltogende Vormgevingsinstituut en meer. Voor het Tomado-boek (2013) beschrijft Mertz hun praktische yoghurtschraper, oer-Hollands symbool van wederopbouw en consumentisme.
Met zijn vriendenkring in design is hij een welkome gast of spreker als weer een Roots-cahier over een Nederlands grafisch ontwerper verschijnt. Paul Hefting wijdt aan Mertz het eerste cahier. Zelf schrijft hij een cahier met weinig maar rake woorden over Wim Crouwel.
Recentelijk laat Mertz zich minder zien. Met partner Henny, “zijn stille kracht”, overwintert hij in zijn geboorteland Indonesië. Binnen de warme familieomgeving hoeft Mertz zich nergens meer tegenaan te bemoeien. Eindelijk.
Uit zijn verhalende reisbrief: “Welnu. Zoals gewoonlijk groeten we u/jou/jullie van ganser harte, en reiken we onze allerbeste wensen aan. En dank.”
Jij ook bedankt, Paul. Je leerde velen meer dan je besefte. We gaan je missen.
Tekst: Chris Reinewald
Fotografie: Aatjan Renders
Biografie Paul Mertz: Dutch Graphic Roots