Longread door Thonik
Vanaf 2022 heeft de Internationale Raad voor Musea de definitie van wat een museum is en wat het zou moeten doen, herzien en uitgebreid: musea zijn plekken die erfgoed verzamelen en bewaren (dat is niets nieuws) en die daarmee diversiteit en duurzaamheid bevorderen. Een museum is een organisatie die samenwerkt met gemeenschappen om ervaringen te bieden op het gebied van educatie, plezier en reflectie. Met andere woorden: musea zijn de bruggen die kunst en kennis verbinden met mensen, wie ze ook zijn. Het is niet langer hun rol om kennis te bewaren voor een specifieke elite, maar om deze met iedereen te delen.
Thonik heeft meer dan 30 jaar ervaring in museum-communicatie en omarmde het idee van ‘kunst voor iedereen’ lang voordat dat idee de mainstream betrad. Dankzij de samenwerking met Jan Hoet, een van de eerste curatoren die vastbesloten was om kunst buiten de muren van musea te tonen, kon Thonik een eigen niche ontwikkelen: die van museum-communicatie voor iedereen. In de loop der tijd hebben we veel verschillende manieren van ontwerpen voor musea uitgeprobeerd en getest, en we hebben ontdekt dat ontwerpen voor musea om drie verschillende redenen anders is dan anders.
1 Museumcommunicatie is zélf cultuur
Er zijn maar weinig mensen die een poster van een gemeente of een tandpastamerk aan de muur hangen, maar wereldwijd hangen de posters voor musea en tentoonstellingen in huizen van miljoenen mensen. Communicatie voor cultuur is cultuur op zich. Dat biedt meer vrijheid om buiten de lijntjes te kleuren, maar brengt ook een verantwoordelijkheid met zich mee: de communicatie van een museum moet een culturele kwaliteit hebben die de samenleving weerspiegelt waarin het museum zich bevindt. Als het museum een spiegel van de samenleving is, dan is de identiteit van het museum de lijst eromheen.

2 Goede museumcommunicatie vergroot het publiek
Musea zijn er voor iedereen. Het zijn openbare ruimtes ten behoeve van het algemeen belang. En hoewel een tentoonstelling misschien in de eerste plaats is bedoeld om een specifieke groep aan te trekken (bijvoorbeeld barokliefhebbers naar een Rubens tentoonstelling, of fashionista’s naar een overzicht van het werk van Cristóbal Balenciaga), moet het museum verder reiken dan dat. De visuele stijl moet ruimte bieden aan al deze verschillende stijlen en doelgroepen, terwijl toch een uniforme visuele stijl behouden blijft.
Aangezien de bubbels in de kunstwereld vrij solide zijn en het publiek vrij gesegregeerd, heeft museumcommunicatie de kracht om te fungeren als een naald die de bubbels doorprikt, het publiek verbreedt en hen helpt te mengen met de rest.

3 Musea communiceren online, offline en on site
Cultuur is in allerlei media terug te vinden: boeken zijn cultuur, tv is cultuur, tafelmanieren zijn cultuur. Maar musea zijn een vorm van cultuur die je kunt bezoeken. Je leest erover, je zoekt er online informatie over op, en je bezoekt ze om te ervaren wat je hebt geleerd of gelezen.
Dat maakt de bezoekerservaring meer gefragmenteerd en vereist dat de communicatie van het museum op alle platforms meer op elkaar is afgestemd: goede museumcommunicatie biedt de bezoeker visuele aanknopingspunten online, offline en on site. Door ervoor te zorgen dat de museumruimtes visuele aanwijzingen bevatten die aansluiten bij de gedrukte communicatie van het museum, en door ervoor te zorgen dat de gedrukte communicatie en de online communicatie op elkaar zijn afgestemd, voelt de bezoeker zich meteen thuis.
